. ی
ی ی ژ ی  

بازگشت
Nadjafigedichten

 

VAN GOGHS BLOEMEN

 

De regen

op de paraplu's van de lente,

het zaad

in het af en toe van de aarde,

verdronken

in de liederen der wereld,

was ik opgegaan in de bergpassen.

De beenderen van mijn vader

verdwenen op een koud bord.

Van Rijsbergen naar Elst,

van Elst naar Almelo,

van Almelo naar Elst,

van Elst naar Zevenaar,

in Trappel

Ik word

door het Latijnse alfabet

verduisterd.

De tijd

met zijn losse spieren

drinkt koffie

op de kade

en jij

glimlacht

en er valt

een vijg

van je tepelhof neer.

 

STORMACHTIG IDENTITEITSBEWIJS

 

Tot die twee woestijnachtige avonturen

rolden

de winden

gapend

bij je aanwezigheid neer

en een boodschap van opium

dwaalde

over de wereld.

Hoe was het dat je niets te vrezen had

zonder liefde

in een stormachig identiteitsbewijs?!

 

De liefde!

Zij is een antieke tijdgenoot,

een koude reiziger,

een koffer vol vallende sterren

en een korte weg naar de bleke kersen.

 

Hoe is het dat je niets te vrezen had,

kleine schepper!

 

HET NAJAAR

 

Je hebt het gezegd!

een aandeel voor de rivier,

een blad voor Luut,*

de wereld is een overgeschonken bittertje

met geen steen

en ruiter,

geen verval

en buskruit.

Tierig

gingen wij de glazengevechten voorbij.

In de trillingen van de middelbare leeftijd

was het najaar in slaap.

En dan gingen wij

de niet zingende klonters voorbij.

In de barnsteen van de wind

kijk naar mij met je blauwgroene ogen.

Een goedkope menigte,

fistelachtige gillen,

onthoofde kerkhofjes

en de gekromde idealen

verbreken in je blik.

Je wordt oud in een ouderwetse jurk

en je dagen

kammen het haar niet meer.

Alleen

is er een stormachtige kolom van je as

overgebleven,

een bloem, in de mond van het raam,

een steen op het millennium van de mammoet.

* Luut: bloot, de naam van een droge lege woestijn in Iran

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

CARNAVAL

 

In de stilte van de lakens

en aan de rand van de middag

ga je voorbij het geduld

van de straat

- met de ontvluchte maan in jouw jurk.

Ik achtervolg je

uit de limoeneilanden.

Vlucht in de storm!

Op straffe voor die appel

hou ik van de beroering in je jurk.

 

 

VOLLE MAAN

 

Zolang oma doorging

ging de maan in de berging

niet onder

en was t geeltje van mijn kindertijd

doorgaans maangeel.

 

 

TERUGVONDST

 

De neerdaling

op het aardesverblijf,

het verloop van het blad

vanachter de stenen omheining

en de omloop van de dagbloem

in de kleurhoornen.

Je buigt je diep

over de aardesblaar

tot het onmogelijke van fotos

en verwondt

je sigaret.

Uit welke richting

begint je mond

in de gaping van de straat?

Pluk een vrucht

van de kanaltakken!

 

 

HET PAARD

 

Tot de gele stormen

laat ik alle paarden galopperen.

Mijn knien:

verhalen van de sneeuwwateren,

mijn stille schoenen

vertrouw ik aan de schilderdoeken toe

en mijn verdwaalde oren

slijt ik

aan geen wond meer.

 

DE ZONNESCHIJN

 

ik zie je

je gaat de stations van het najaar

voorbij

met smalle middel

zonder wond

draag je de oude zomers

op je schouders

en de Byzantijnse rok

op de Heleniaanse winden

hoe vluchtte jij die gele Vincent

met je haar een beetje korter

dan de zonneschijn

 

 

DE WOLK

 

van het bittermondige oranje

neem een glaasje

en laat me alleen

met de wolk van je schouder

alleen

met twee slokken koorts

en een tak van de maan

laat me alleen

omdat ik mijn begin

gevonden heb

als de gele storm het toe laat

is er geen afstand tot het blad

UIT: EEN ZWERVENDE VERS

 

*

 

De ballingschap

heeft altijd een macabere uitmonstering aan.

Soms

heeft zij de kleur van die gewone jassen

en soms

een bewolkt overhemd

die met dichte knopen

gaapt.

 

 

 

 

 

 

 

*

 

Vanaf de jurk van zwaardlelie

tot de nectarstrooiende bijen

is er een witte regel tussen ons.

Open een raampje in de sneeuw!

Laat

de wereld zingen!

De aarde vol vlekken,

de handen van mensen verbleekt

in de maatstaf van gangreen.

De hel

heeft azuren winters.

Hoeveel ecloges

kan Vergilius overhemd

toch verduren?

Laat

de wereld zingen.

Geloof in de witte regel,

in de alcoholtakken,

de droomsmokkelaars

en de injectie van de maneschijn

in de maanbevlekte stegen.

Laat

de wereld zingen.

 

 
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

سخنرانی ها استانبول يک منظومه آواره زبان لرزه فيس بوک